Kinderen met gehoorproblemen
Het slechthorende of dove kind
Door de neonatale gehoorscreening is bij de meeste kinderen de slechthorendheid of doofheid al vroeg ontdekt. Kinderen hebben inmiddels een hoortoestel of CI gekregen. Daarmee is de toegang tot de gesproken taal geoptimaliseerd. Het blijft echter belangrijk om de instellingen regelmatig te checken en verbeteren. Dit gebeurt op het Audiologisch Centrum.
Opvang en onderwijs
Voor ouders komen er, nu hun kind wat ouder is, nieuwe keuzes op hun pad. Hun zoon/dochter kan naar een reguliere peuterspeelzaal/kinderdagopvang gaan, naar een peutergroep in het speciaal basisonderwijs gaan, of een combinatie van beiden. Wanneer kinderen gaan kleuteren, wordt er vaak een keuze gemaakt tussen regulier of speciaal onderwijs. Deze keuze wordt echter niet "voor het leven" gemaakt. Kinderen kunnen gedurende hun schoolloopbaan wisselen van regulier naar speciaal onderwijs en andersom. Om toegang te krijgen tot het speciaal onderwijs, of een rugzakje te kunnen krijgen in het regulier onderwijs, moeten kinderen een indicatie hebben. Meer informatie daarover is terug te vinden op http://www.zeon.nl/.
Logopedie
De meeste slechthorende of dove peuters krijgen logopedie. Bij deze kinderen is de toegang tot de gesproken taal verminderd. Ze pikken de gesproken taal minder goed op, zeker in een rumoerige situatie. Daardoor hebben zij vaak problemen met het oppikken en begrijpen van taal en het verwerven van de spraakklanken.
Als omgevingstaal onvoldoende toegankelijk is, is het moeilijk om incidenteel taal te leren. En dat is nu juist iets dat horende kinderen voortdurend doen. De tv staat aan, mama praat met de buurvrouw terwijl het kind speelt, mama en kind brengen een bezoek aan de bakker, het horende kind hoort het allemaal, en verwerft op deze manier heel veel taal. Het slechthorende of dove kind moet deze taal veel explicieter aangeboden krijgen. Een kind moet een woord gemiddeld 8 keer "gehoord" hebben voor hij dit woord echt beheerst. Een horend kind zal dit aantal veel sneller behalen dan een doof/slechthorend kind. Daarbij is het belangrijk dat woorden echt beleefd en doorleefd worden. Door woorden te koppelen aan concrete handelingen en gebeurtenissen, zullen ze beter onthouden worden. Bijvoorbeeld tijdens het afwassen begrippen benoemen zoals afwassen en theedoek.
Woorden moeten in veel contexten worden aangeboden, zodat het dove kind een breed beeld opbouwt van de woorden. Specifiek voor dove/slechthorende kinderen is ook dat taalaanbod oppikken en kijken/handelen tegelijkertijd lastig is. Als je aan het afdrogen bent, kijk je naar je handen, en kun je de ander niet aankijken. Daardoor kan het dove/slechthorende kind niet naar het mondbeeld van de ander kijken, en zal hij de ander moeilijker verstaan.
Aandachtsgebieden
Binnen de logopedie aan een doof/slechthorend kind kunnen de volgende gebieden aan bod komen:
| Articulatie | Stemgeving |
| Begeleiding van de omgeving | Taalgebruik |
| Conversatie vaardigheden | Verhaal opbouw |
| Hoortraining | Woordenschat |
| Semantische relaties | Woordvorming |
| Spraakafzien | Zinsbouw |
Welke gebieden aan bod zullen komen is afhankelijk van bijvoorbeeld de mate van de slechthorendheid, de mogelijkheden en beperkingen van het kind, de leeftijd van het kind en de spraaktaalontwikkeling van het kind. Vaak zal er aandacht zijn voor meerdere gebieden tegelijkertijd, waarbij de volgorde van de normale spraaktaalontwikkeling gevolgd wordt.